Bron: http://www.driekant.be/homoseksualiteit/algemeen/index.html
Wat is homoseksualiteit?
Homoseksualiteit is seksualiteit waarbij de partners van hetzelfde geslacht zijn. Je kan spreken van homoseksualiteit als een jongen verliefd wordt op een jongen of een jongen lichamelijk aantrekkelijk vindt of over een jongen fantaseert bij het masturberen of met een jongen vrijt. Ook als een meisje verliefd wordt op een meisje, een meisje lichamelijk aantrekkelijk vindt enz., kan je spreken over homoseksuele gevoelens of gedragingen. Voor meisjes kan je ook het woord lesbisch gebruiken. Een jongen of man met homoseksuele gevoelens of gedragingen wordt een homo genoemd, een meisje met homoseksuele gevoelens of gedragingen een lesbienne. Maar hier wordt het echter íets moeilijker. Is een jongen een homo als hij enkel van jongens droomt? Is een meisje lesbisch als ze een keer met een meisje heeft gevreeën? Daar is geen onbetwistbaar antwoord op. Er bestaan geen criteria om te bepalen wanneer iemand nu "echt" homoseksueel mag genoemd worden.
Als je een meetlat neemt met aan de linkerkant de personen met uitsluitend heteroseksuele gevoelens en gedragingen en aan de rechterkant de personen met uitsluitend homoseksuele gevoelens en gedragingen, dan zijn ook alle tussenposities mogelijk, maar je kan niet spreken van een homoseksueel vanaf het midden: gevoelens en gedragingen kan je niet zomaar meten, seksualiteit is ingewikkelder dan meetkunde. Mensen willen meestal hun medemensen graag in een hokje steken, een duidelijk etiket opplakken. De ene persoon (of de ene cultuur of sociale klasse of periode uit de geschiedenis) zal vlugger het etiket homoseksueel bovenhalen dan iemand anders (of een andere cultuur, sociale klasse, tijdsperiode). Uiteindelijk moet iedereen voor zichzelf uitmaken of eventuele homoseksuele gevoelens en gedragingen belangrijk genoeg zijn om zichzelf homoseksueel te beschouwen.
Wie zowel homoseksuele als heteroseksuele gevoelens of gedragingen vertoont en die beide voor zich belangrijk vindt, kan zich biseksueel beschouwen.
Sinds een paar jaar kan het nog gemakkelijker: homo's, lesbiennes en biseksuelen duiden zich allen samen aan met het woord holebi.
Behalve dat de partners van hetzelfde geslacht zijn, verschilt homoseksualiteit "in wezen" niet van heteroseksualiteit.
Sommige mensen hebben zwart of blond haar, anderen hebben rood haar, maar dat maakt die laatsten geen totaal andere wezens. Net zo zijn holebi's even gewoon als hetero's. Het grootste verschil is dat er minder holebi's dan hetero's zijn, zoals er ook minder roodharigen dan zwartekoppen zijn.
Hoeveel holebi’s zijn er?
Niemand weet hoeveel holebi's er zijn of — en dat is een andere vraag — hoe vaak homoseksualiteit voorkomt. Je kan nooit met zekerheid aan iemand zien of zij of hij een holebi is of homoseksuele ervaringen heeft gehad. Als je het op de vrouw of man af vraagt, is er een grote kans dat je geen eerlijk antwoord krijgt. Eén ding is vrijwel zeker: iedereen krijgt vroeg of laat wel eens met een holebi te maken (zonder het misschien te weten), want holebi's vormen wel een minderheid, maar zijn niet uitzonderlijk.
Er is een getal dat steeds opnieuw opduikt: 5% van de bevolking. Dat komt uit het Kinsey-rapport, een groots opgezette enquête naar het seksueel gedrag van de Amerikaanse blanke mannelijke bevolking uit 1948 (het rapport uit 1953 over de vrouwelijke bevolking leverde minder duidelijke, maar toch grotendeels gelijklopende resultaten op).
Volgens Kinsey bleek 4% zich gedurende heel zijn of haar leven homoseksueel te gedragen. Maar hoeveel duidelijke homo's hebben in hun jeugdjaren niet eens met een meisje gevreeën? Hoeveel vrouwen ontdekken hun lesbische geaardheid na jaren huwelijksleven?
De vraag wie de laatste drie jaar overwegend homoseksuele tendensen vertoonde, leverde een veel groter cijfer op: 13%. En dan was er nog 13% dat erotisch reageerde op andere mannen, zonder tot lichamelijk contact te komen. Daarbij moet je nog bedenken dat er in 1948 nog niet zo'n grote tolerantie was, wat altijd een boel oneerlijke antwoorden met zich meebrengt, zelfs in een anonieme enquête (als gevolg van de nood aan sociale conformering). Wie beweert dat er 15 tot 20% holebi's zijn, heeft misschien meer gelijk dan wie verwijst naar het "mythische" getal 5%.
Allicht kan je er vanuit gaan dat minimaal 10% van de bevolking holebi mag beschouwd worden. In een school met 500 leerlingen zijn er dus ten minste 50 meisjes of jongens die later holebi zullen blijken te zijn en die dat in de meeste gevallen reeds beseffen. Op een bedrijf met 100 werknemers zijn er tenminste 10 holebi's.
Velen zullen het moeilijk hebben deze cijfers als waar te aanvaarden, maar dat komt vooral omdat ze menen dat holebi's "anders", "ongewoon" zijn en je "het" dus moet kunnen zien of aanvoelen, Dat is natuurlijk niet zo: holebi's zijn verrassend "gewoon".
Hoe gewoon is homoseksualiteit?
Homoseksualiteit is gewoon een variante op seksualiteit zoals heteroseksualiteit er een is. Je kan dat vergelijken met andere genietingen. De ene eet graag wortelen, de andere heeft liever spruitjes. De ene vindt een blondje aantrekkelijk, de andere een zwartharige. De ene wordt verliefd op iemand van een ander geslacht, de andere valt eerder op iemand van hetzelfde geslacht. De natuur zorgt steeds voor een reeks variaties. Met zijn cultuur kan de mens die diversiteit bevorderen of tegenwerken, maar ze bijna nooit uitroeien. Het is in elk geval onzinnig om homoseksualiteit onnatuurlijk te noemen.
Iedere persoon, ook een holebi, is een onderdeel van de natuur. Seksueel gedrag tussen organismen van hetzelfde geslacht komt tevens bij dieren voor, niet alleen in gevangenschap, maar ook in de vrije natuur. Zeepaardjes, eenden, olifanten in de zoo, koeien in de wei: het lijstje kan met tientallen andere voorbeelden aangevuld worden. Uiteraard is seks bij een koe iets anders dan seks bij de mens. Het menselijk gedrag wordt mee bepaald door zijn cultuur (zijn gewoonten, zijn morele regels, zijn "hogere" gevoelens), maar elke cultuur is iets natuurlijks. Cultuur ontstaat uit de natuur van de mens, dat wil zeggen, cultuur komt niet van buiten de wereld. Enkel wie meent dat cultuur door een buitenwerelds wezen aan de mens geschonken is, kan cultuur en natuur als tegengestelden zien en door het toevoegen van morele oordelen ("natuur is zondig") dat als basis gebruiken voor discriminatie.
Homoseksualiteit is verder aanwezig in bijna alle culturen, in alle periodes van de geschiedenis, in alle maatschappelijke klassen (hoewel we vaak over de ene cultuur, tijdsperiode, klasse meer informatie hebben dan over andere culturen, periodes, klassen). De Egyptische farao Echnaton die zijn vrouw Nefertite verstoot voor de man Semenkare, mannelijke tempelhoeren bij de oude culturen in het Middenoosten, de Israëlitische koning David die volgens de Bijbel door de liefde van Jonathan meer verrukt wordt dan door de liefde van vrouwen, homoseksuele relaties tussen een knaap en een man als onderdeel van de opvoeding in het oude Griekenland, de dichteres Sappho van Lesbos die haar gevoelens voor meisjes bezingt, de Romeinse keizer Hadrianus die de dood van zijn jonge vriend Antinoüs betreurt door een erecultus in te stellen en heel zijn rijk te voorzien van massa's beelden van zijn geliefde, de vele sodomieten die door de christelijke kerken op de brandstapel zijn gebracht, de vele homoseksuele kunstenaars van Leonardo da Vinci en Michelangelo tot Pasolini en k. d. lang, de vele holebi's die we vandaag de dag kennen of juist niet kennen: lijsten als deze (eindeloos aan te vullen) bewijzen nog steeds hun nut voor hen die homoseksuelen als iets bijzonders of uitzonderlijk beschouwen.
Holebi's zijn geen wezens van een andere planeet, ze leven niet in een ander land. Ze worden op dezelfde manier verliefd, voelen dezelfde kriebels in hun buik bij het zien van die leuke jongen of dat mooie meisje.
Hoe vrijen Holebi’s?
De beleving van relaties en seksualiteit door holebi's verschilt niet van de beleving door hetero's.
Verliefde holebi's hebben dezelfde gevoelens als hetero's die verliefd zijn: ze denken voortdurend aan hun uitverkorene, ze hebben romantische dromen over het samenzijn, ze willen zo veel mogelijk bij hun geliefde vertoeven, ze vinden hun beminde vreselijk aantrekkelijk en worden door hem of haar aardig opgewonden. Wie dat niet kan begrijpen, is als een jongen die niet kan begrijpen dat zijn kameraad liever spruitjes eet omdat hij zelf meer van worteltjes houdt; of nog: als een meisje dat niet kan begrijpen dat een jongen op haar verliefd is en dus niet zoals zij op een meisje valt.
Wie zich niet kan voorstellen hoe holebi's "het" doen, is hoogstwaarschijnlijk iemand die in het eigen seksleven niet veel variatie kent buiten de klassieke (heteroseksuele) coïtus. Dat is inderdaad het enige wat holebi's niet kunnen beleven, maar dat missen ze niet. Homo zijn betekent dat je niet staat te popelen om een vrouw te "penetreren". Lesbisch zijn betekent dat je liever geen piemel van een man in je vagina krijgt. Maar er zijn ontelbare andere wegen naar het paradijs. Holebi's doen alles wat hetero's kunnen doen.
Holebi's genieten van aanraken en van aangeraakt worden, van kijken en bekeken te worden, van klaarkomen en iemand doen klaarkomen. Ze zuigen, ze zoenen, ze strelen, ze tasten, ze likken, ze vingeren, ze bijten of ze knijpen al eens, op de plekjes die de meeste opwinding geven. Er bestaat geen vast scenario: iedereen doet wel iets liever dan een ander.
Sommige homo's vinden het leuk hun partner anaal te neuken of zelf geneukt te worden (de opwinding overstemt de eventuele pijn; soms wordt een glijmiddel gebruikt om het wat vlotter te laten verlopen), maar anderen vinden.dat te pijnlijk of gewoon niet leuk. Een lesbisch koppel kan al eens een vibrator gebruiken, zoals een heteroseksuele vrouw (met of zonder man bij haar) dat kan.
Holebi's vrijen zoals hetero's, alleen doet een lesbienne dat met een vrouw en een homo met een man.
Wat is de oorzaak van homoseksualiteit?
Waarom is An lesbisch en haar zus Els niet? Over de oorzaak van homoseksualiteit is bijna niets met wetenschappelijke zekerheid te zeggen. Er is veel onderzoek gedaan en er zijn een reeks hypothesen opgesteld.
De geaardheid zou genetisch bepaald kunnen zijn en dus erfelijk. Deze visie is de laatste tijd nogal populair: er wordt nu eenmaal massaal naar genen voor alles en nog wat gespeurd. Het zou ook kunnen liggen aan een bijzondere hormonenproductie of een speciale hersenstructuur. Naast deze verschillende biologische verklaringen zijn er de psychosociale theorieën.
In de jaren '50 maakte de "verleidingstheorie" opgang: je wordt homoseksueel omdat je als jongere door een homoseksueel tot contact wordt gedwongen. Nu wordt deze theorie niet meer ernstig genomen, Sigmund Freud sprak in het begin van deze eeuw over een "gestoorde oedipale ontwikkeling met een fixatie in het anale stadium" en hedendaagse psychoanalytici blijven de vroegste ontwikkeling van het kind verantwoordelijk stellen voor de "homoseksuele perversie". Andere psychologen leggen de reden in een bepaalde manier van opvoeden of in een verstoorde familiale structuur (bijvoorbeeld een dominante moeder of overbescherming van het kind). Geen enkele van deze theorieën heeft voldoende bewijsmateriaal om algemene aanhang te verwerven, De onderzoeken zijn meestal zeer beperkt en vaak sterk waardegeladen. Iedere wetenschapper verdedigt zijn eigen winkel.
Het lijkt er wel op dat homoseksualiteit in bepaalde mate gezinsgebonden is. Als in een gezin een holebi voorkomt, is de kans zeer groot dat ook een ander kind uit dat gezin holebi is (volgens sommige onderzoeken tot 4 keer groter). Dat bewijst uiteraard niet dat het erfelijk is. Broers en zussen hebben niet alleen genen gemeenschappelijk, maar doorgaans ook hun opvoeding en hun sociale omgeving. Ook het feit dat een kind vaak een voorbeeld vormt voor een zus of broer (zoals het al dan niet volgen van geslachtsgebonden rolpatronen) kan een invloed hebben.
Het maakt weinig uit of homoseksualiteit aangeboren of verworven zou zijn. In beide gevallen is het een vaststaand gegeven dat niet kan veranderd worden. Ook als een homoseksuele aanleg verworven zou zijn, gebeurt dat hoogstwaarschijnlijk in de vroegste levensstadia en wordt ze daarom een onuitwisbaar kenmerk van de persoonlijkheid. Een homoseksuele aanleg bij iemand valt niet te veranderen, tenzij je de persoonlijkheid van die persoon helemaal vernietigt. Bepaalde therapieën kunnen "succes" hebben, maar tegen een veel te hoge prijs: de vernietiging van het behoorlijk psychisch functioneren. Op een bepaald ogenblik wou men homoseksualiteit "genezen" met lobotomie (het doorsnijden van bepaalde hersenkwabben) en zie: het werkte. Alleen verviel de behandelde persoon tot een apathisch, quasi vegetatief bestaan. De vraag is echter: waarom zou een homoseksuele aanleg moeten veranderd worden?
De vraag naar de oorzaak van homoseksualiteit is geen neutrale vraag. Het is een vraag die gesteld wordt als men holebi's wil gaan "genezen". Het is dus een vraag die haar belang verliest zodra men inziet dat homoseksualiteit geen ziekte is, maar gewoon eenvariante op seksueel gedrag. Vele holebi's wijzen de vraag dan ook van de hand als een "discriminerende" vraag: men vraagt toch ook niet naar de oorzaak van heteroseksualiteit.
Klopt alles wat er over hen gezegd wordt?
"Homo's gedragen zich verwijfd. Lesbiennes lopen er onelegant en onverzorgd bij Balletdansers zijn altijd zo en de meeste verplegers en kappers natuurlijk ook. Lesbiennes zijn feministische mannenvreters en homo's vrouwenhaters. Holebi's geven meer geld uit buitenshuis dan gewone gezinnen. In een homokoppel speelt er toch eentje de vrouw. Lesbiennes vrijen zelden. Holebi's zijn kunstzinnig en cultureel, Homo's zijn gevoeliger dan de doorsnee mannen. Homoseksuele relaties duren nooit lang. Holebi's verbergen hun geaardheid en zijn dus voor de rest ook niet te vertrouwen, Homo's zijn promiscue of gefrustreerd. Holebi's moeten niets van kinderen weten. Bij homoseksualiteit is pedofilie nooit ver weg. Homo's zijn mietjes die hun man niet kunnen staan. Holebi's herkennen soortgenoten zonder problemen door een zesde zintuig. Lesbiennes leggen zelf de elektriciteit in hun woning. Holebi's hebben een dominante moeder. Homo's vormen een veiligheidsrisico wegens hun vatbaarheid voor chantage?
Er wordt nogal wat gezegd of gedacht over holebi's. In hun algemeenheid zijn deze stellingen onwaar. Het zijn vooroordelen, clichés, stereotypen, het zijn mythes. Het zijn beweringen die niet kunnen bewezen worden en meestal gewoon vals zijn.
Een mannelijk uitziende lesbienne valt op, van de "vrouwelijke" lesbiennes is meestal niet geweten dat te lesbisch zijn. Een "vrouwelijke" man kan hetero zijn en allicht zijn de verwijfde mannen wel een minderheid onder de homo's.
Kunstenaars kunnen gemakkelijker voor hun geaardheid uitkomen, omdat ze als kunstenaars zo al "anders" zijn en vaak in minder conformistische milieus vertoeven. Er is echter geen reden om aan te nemen dat het percentage homo's onder bankbedienden beduidend minder zou zijn, al komen misschien minder van hen ervoor uit. De meeste mythes zijn een uiting van onvoldoende kennis over een groep mensen die eeuwenlang een deel van hun persoonlijkheid hebben moeten verbergen. Wie een aantal holebi's persoonlijk leert kennen, komt er al vlug achter dat de meeste mythes onwaar of in elk geval ongenuanceerd zijn. Juiste informatie kan al een boel nonsens opruimen. Toch zal dat niet volstaan.
Bepaalde mythes zijn geboren uit de afkeer tegenover homoseksualiteit. Ze worden door sommigen rondgestrooid ook al weet men dat ze niet kloppen. Ze verbinden homoseksualiteit met eigenschappen die over het algemeen negatief gewaardeerd worden en dienen om holebi's in diskrediet te brengen. Sommigen discrimineren holebi's omdat te verkeerde ideeën hebben, maar anderen cultiveren verkeerde opvattingen omdat ze homoseksualiteit willen discrimineren. Bepaalde mythes zullen dan ook maar volledig verdwijnen als de discriminatie verdwijnt. De fout van stereotype beeldvorming is de visie dat het stereotype van toepassing is op elke homoseksueel omdat men meent dat het zou gaan om een "wezenskenmerk". Meestal echter is het stereotype, in zover het opgaat, een gevolg van de maatschappelijke behandeling van holebi's.
Homoseksualiteit is gewoon, maar sommige holebi's zijn in bepaalde opzichten toch anders. De voornaamste oorzaak daarvan is dat homoseksualiteit door de maatschappij anders wordt behandeld. Homoseksualiteit is inderdaad toch anders, namelijk in dit opzicht: homoseksualiteit wordt gediscrimineerd.
Is er nog steeds discriminatie?
De discriminatie van homoseksualiteit is een van de ergste en hardnekkigste vormen van onderdrukking die onze cultuur kent. Lange tijd was het wapen de doodstraf. Een ander wapen was het totale stilzwijgen. Sodomie was de ergste zonde, zo erg dat ze zelfs niet bij naam mocht genoemd worden. Vanaf de 19de eeuw werd de onderdrukking medisch aangepakt. Homoseksualiteit was een ziekte die door radicale therapieën moest genezen worden. Dergelijke zaken bestaan nog steeds, maar worden wel zeldzamer. Toch blijft de discriminatie ook vandaag de dag nog groot en hardnekkig.
Homoseksualiteit is in België uit het strafwetboek verdwenen. De laatste vermelding verdween in 1985 (het artikel 372bis, waarbij de leeftijdsgrens voor homoseksueel contact lag op 18 jaar, terwijl dat voor heteroseksueel contact lag op 16 jaar; in Groot-Brittannië bestaat deze discriminatie anno 1998 nog altijd). Holebi's worden wel nog altijd wettelijk gediscrimineerd: bepaalde rechten toegekend aan hetero's (bijvoorbeeld het recht om te huwen) worden hen ontzegd. Daarnaast is er nog de ruimere maatschappelijke discriminatie. Homoseksualiteit wordt veelal nog negatief bekeken, als iets abnormaals of toch iets raars. Er zijn er! Holebi's die voor hun geaardheid uitkomen, worden achtergesteld door werkgevers, ouders, huisbazen, opvoeders, buren, collega's, ordehandhavers.
Een groot stuk van de holebi's verbergt daarom zijn geaardheid en/of onderdrukt ze zelfs. Dat is ongezond. Het aantal depressies bij holebi-jongeren blijft groot. Volgens een onderzoek van de Universiteit Gent uit 1998 (uitgevoerd door John Vincke) zou het aantal zelfmoordpogingen bij homoseksuele jongens tot twee maal en bij jonge lesbiennes tot vijf maal hoger liggen dan bij heteroseksuele leeftijdsgenoten. Ook het aantal holebi's dat huwt en daarmee zichzelf en hun huwelijkspartner tekort doet, blijft groot.
Holebi-discriminatie is een monster met duizend koppen. Telkens je een hoofd afhouwt, drukt er een nieuwe kop op. Wie voorbeelden wil van discriminatie in Vlaanderen vandaag de dag, kan de lijst raadplegen van het "Discriminatiemeldpunt" bijgehouden door de Federatie Werkgroepen Homoseksualiteit (FWH).
In onze samenleving wordt alles bekeken door een heterobril.
Dit noemt men de heteronormaliteit van onze maatschappij. Van iedereen wordt verondersteld dat zij of hij hetero is, tot het tegendeel bewezen is. Over homoseksualiteit wordt gezwegen, tot iemand zegt "maar ik ben geen hetero". Een houding die niet discrimineert, moet er echter van in het begin vanuit gaan dat er holebi's en hetero's aanwezig zijn, In dat opzicht is de niet-discriminatie nog ver verwijderd.
Het kan niet ontkend worden dat er de laatste decennia en vooral de laatste tien jaar een serieuze vooruitgang is geboekt. De openheid tegenover het thema is toegenomen, er is aandacht in de media gekomen, hier en daar kan een holebi er voor uit komen zonder negatieve gevolgen. Wie echter beweert "er is toch geen discriminatie meer", ziet het probleem niet of veralgemeent zijn eigen gemakkelijke situatie. Dat is juist het grote gevaar van de geboekte vooruitgang: men is (terecht) verheugd over die vooruitgang maar vergeet daardoor hoe relatief die vooruitgang wel is en hoeveel discriminatie er nog wel overblijft. Wie zou durven beweren dat in de Vlaamse scholen alle discriminatie van homoseksuelen verdwenen is? Bovendien zou er wel eens opnieuw een verslechtering kunnen optreden. Pleidooien tegen de "permissieve maatschappij" steken terug de kop op, niet alleen bij extreem rechtse figuren. Dat mag niet verwonderen. Juist door de grotere openheid gaan de tegenstanders hun strijd tegen de emancipatie opnieuw opvoeren en dat resulteert in bepaalde contexten in een achteruitgang.
Wat is de oorzaak van discriminatie?
Personen die anders zijn, die in een of ander opzicht verschillen van de anderen, worden vaak anders benaderd en behandeld. Het anders zijn wordt als een bedreiging ervaren en daarom gestraft. In periodes van moeilijkheden (bijvoorbeeld bij natuurrampen, economische crisis) vindt de onvrede van de mensen een uitlaat door zich op die anderen te richten. Als voorwendsel wordt verondersteld dat die de oorzaak van de moeilijkheden zijn: ze dienen als zondebok.
Homoseksuelen hebben vaak deze functie van zondebok vervuld. Toch is de verwerping van homoseksualiteit in onze christelijk-burgerlijke cultuur zo constant geweest en zo diep dat het zondebokfenomeen niet volstaat om ze te verklaren. Er zijn twee dieperliggende oorzaken:
De seksvijandigheid van de traditionele moraal. Seks is vies. Homoseksualiteit is een vorm van seksualiteit die niet tot voortplanting kan leiden en dus zijn doel steeds in zichzelf vindt: de seksuele lust, al dan niet als uiting van een ruimere relatie. Seksualiteit wordt enkel getolereerd als noodzakelijke voorwaarde om zich voort te planten. Homoseksualiteit, waarbij voortplanting is uitgesloten, is dus per definitie zondig en immoreel en moet daarom bestreden worden.
De patriarchale structuur van onze cultuur. Dit is het feit dat de man de meeste macht bezit en er nog geen gelijkheid IS tussen vrouw en man. Het traditioneel seksueel rollenpatroon stelt dat de vrouw de ontvangende, passieve rol vervult en de man de gevende, actieve rol. In een vrijpartij tussen mannen echter kan een man de passieve rol innemen en zo duidelijk maken dat die rol niet per se door de vrouw moet ingenomen worden. In een vrijpartij kunnen twee vrouwen afwisselend de actieve rol spelen. Homoseksualiteit maakt dus duidelijk dat de invulling van passieve en actieve rol niet aan het biologische geslacht gebonden moet zijn. Lesbische vrouwen hebben ook geen mannen nodig om aan hun trekken te komen, wat ook het superioriteitsgevoel van de macho's aantast.
Pas als de oorzaken van de onderdrukking van homoseksualiteit verdwijnen, zal de achterstelling van holebi's ongedaan gemaakt kunnen worden.
Hoe kan de discriminatie bestreden worden?
Een deel van de bevolking staat afwijzend tegenover holebi's op basis van de gangbare vooroordelen. Het verspreiden van juiste informatie over homoseksualiteit en het weerleggen van vooroordelen kan die vijandige houding wijzigen. Het is een noodzakelijke en belangrijke opdracht. In zover lesbiennes en homo's dienst doen als zondebok, moet men de bevolking er proberen van te overtuigen dat holebi's niet de oorzaak van de moeilijkheden zijn die onvrede opwekken. Er wordt een zondebok aangeduid (in de stijl van "aanstokers van de permissieve maatschappij"), juist omdat het aanpakken van de echte oorzaak van onvrede zo moeilijk blijkt en vaak door een deel van de bevolking bewust wordt tegengewerkt. Toch is er maar blijvend succes te verwachten als de oorzaak van de onvrede verdwijnt. Als, net zoals bij racisme, de vijandigheid tegen holebi's toeneemt als gevolg van economische onzekerheid, moet de economische onzekerheid bekampt worden.
De seksuele revolutie en de ontvoogding van de vrouw mogen niet teruggedraaid worden. Vanaf het einde van de 19de eeuw kwam er een begin van enerzijds seksuele bevrijding en anderzijds emancipatie van de vrouw. Na een terugval met de economische crisis van de jaren '30 en het fascisme, zetten deze beide evoluties zich na WO II, en vooral sinds de jaren '60-'70, in versneld tempo voort.
Er kwam enerzijds een zogenaamde seksuele revolutie. Door nieuwe voorbehoedsmiddelen (de pil) werden seks en voortplanting grotendeels van elkaar losgekoppeld. Masturbatie, voorhuwelijkse betrekkingen, alternatieve samenlevingsvormen en het openlijk bespreken van seksualiteit zijn in min of meer grote mate verworvenheden. Anderzijds werd de gelijkberechtiging van de vrouw een algemeen aanvaard principe. Wettelijk is deze gelijkberechtiging bijna volledig gerealiseerd. Op economisch vlak en in de persoonlijke levenssfeer wordt het traditionele rollenpatroon meer en meer in vraag gesteld en is er hier en daar een daadwerkelijke verandering merkbaar. De seksuele bevrijding en de gelijke kansen voor de vrouw moeten wel nog continu verdedigd worden, zeker door hen die voor de holebi's opkomen.
Deze twee evoluties hebben een bepaalde tolerantie tegenover homoseksualiteit mogelijk gemaakt. De tolerantie en grotere aanvaarding zijn er echter niet vanzelf gekomen. Het gaat niet om een automatisch gevolg van de seksuele en feministische emancipatie. Een specifieke emancipatiebeweging was noodzakelijk om dit gevolg te realiseren.
Hoe verloopt de emancipatiestrijd van holebi’s?
Bepaalde homo's en lesbiennes hebben zich verenigd in homo- en lesbiennegroepen om hun rechten op te eisen. Ze hebben verklaard en soms luid geroepen "de seksuele vrijheid die tot stand komt, moet ook ons, homo's en lesbiennes, gegund worden" en "het loslaten van het rollenpatroon betekent ook het loslaten van het verbod op gelijkgeslachtelijke seks".
Ze hebben de samenleving aangespoord tot een consequente houding en dus om de emancipatiegedachte door te trekken met betrekking tot seksualiteit en liefde tussen personen van hetzelfde geslacht.
Ze hebben duidelijk gemaakt dat de onderdrukking van homo's en lesbiennes wezenlijk niet verschilt van andere vormen van misdadige onderdrukking, zoals bijvoorbeeld de uitroeiing van joden. Daarom hebben ze de roze driehoek als symbool gekozen, het teken dat homo's in de Duitse nazi-kampen op hun jas moesten dragen (zoals de joden een gele ster droegen).
Ze wilden aantonen dat het ongeluk van holebi's hen wordt aangedaan door de homofobe maatschappij, maar dat wie deze homofobie durft te trotseren gelukkig kan zijn. Daarom noemden ze zich "gay" (vrolijk).
De eerste vereiste was daarbij het zichtbaar maken van homoseksualiteit. Het opeisen van tolerantie en gelijke rechten is pas mogelijk geworden doordat homo's en lesbiennes weigerde zich nog langer te verbergen, nog langer "in de kast" te blijven zitten. Door de toegenomen seksuele en feministische emancipatie hebben velen de moed gehad het stilzwijgen te doorbreken. De vrees voor mogelijke negatieve gevolgen werd overwonnen door hun geloof in de verbetering van de situatie. Ze kwamen uit voor hun geaardheid, ze deden hun "coming out". Coming out is dan ook de basis van de holebi-emancipatiebeweging.
Enkel wie ervoor uit komt, kan respect afdwingen en een gelijke behandeling bekomen. Pas als er voldoende holebì's voor uit komen, kunnen ze een voldoende sterke groep vormen om verandering af te dwingen. Coming out blijft de eerste vereiste, Sommigen die menen dat de zaak niet snel genoeg vooruitgaat, pleiten voor "outing", het bekendmaken van de homoseksuele geaardheid van beroemdheden zonder dat die dat willen. Anderen verwerpen deze strategie. Ze rekenen erop dat meer en meer holebi's er zelf zullen voor uitkomen.
Wat doet de holebi beweging?
De holebi-beweging probeert deze coming out te stimuleren door het uitbouwen van een heel net van holebi-groepen: jongerengroepen (in Vlaanderen verenigd in "Wel Jong Niet Hetero"), zelfhulpgroepen (bijvoorbeeld voor gehuwde holebi's), thematische werkgroepen (zoals rond geloof en homoseksualiteit), culturele verenigingen, sportclubs. Door de ontmoeting met anderen stijgt het eigen welbevinden waardoor de stap naar coming out vaak vlugger gezet wordt. De coming out verhoogt op zijn beurt meestal het psychisch welbevinden.
Door dit alles wordt meer en meer duidelijk hoe talrijk en hoe divers de groep van holebi's wel is. Dat blijkt ook uit de "gay parades" (optochten) die ieder jaar in de grote steden worden georganiseerd (bij ons "de Roze Zaterdag" genoemd). Lesbiennes ontmoeten elkaar op de jaarlijkse "Lesbiennedag". Iedereen moet daarbij het recht krijgen te zijn zoals zij of hij wil zijn: mannen die zich graag als vrouw verkleden of vrouwen die zich "macho" gedragen mannen die zich in gewaagde lederen outfit steken of vrouwen op een Harley Davidson en tussen deze twee uitersten de overgrote meerderheid, mannen en vrouwen die er "gewoon" uitzien. Ook de holebi's die zich "queer" (raar, vreemd) noemen, krijgen hun plaatsje onder de zon. Om dit uit te drukken gebruikt de holebi-beweging meer en meer een nieuw symbool: de regenboogvlag. Ze gaan prat op de diversiteit, op de kleurrijkheid van hun groep.
Verwijzend naar de omvang van hun achterban probeert de beweging door politieke acties of door meer discrete lobbying binnenskamers een aantal structurele veranderingen te realiseren. Die moeten ervoor zorgen dat de toegenomen tolerantie uitmondt in wettelijke rechten, die verworven zijn en niet meteen weer teruggeschroefd kunnen worden. Dat is een reëel gevaar, zeker in tijden van economische onzekerheid.
De informatie in over homoseksualiteit is gebaseerd op het eerste deel van de educatieve map "Ik weet wie ik ben", die door de F.W.H. in opdracht van het ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, Gelijke Kansen in Vlaanderen.