WORD DOCUMENT

 

LANDELIJKE  BASISTRAINING VOORLICHTING COC

 

THEORIE

 

DE VOORBEREIDING VAN EEN VOORLICHTING

 

Doelgroep (analyse):

 

Doel:

 

Bij het bepalen van je doel is het belangrijk dat je goed naar je doelgroep kijkt: als je een groep leerlingen voorlicht, ben je bezig met hun houding t.a.v. homosexualiteit; als je docenten voorlicht, ben je ook wel met hun houding bezig, maar het uiteindelijke doel is bijv dat zij voorlichting gaan geven aan de leerlingen. Dus bij de laatste groep zal je meer doelen op het gebied van vaardigheid formuleren.

 

Thema:

 

Werkwijze:

 

Materiaal:

ALGEMENE LESOPZET

Beginsituatie:

Inventariseer de beginsituatie van de leerlingen door hiernaar te vragen bij de docent of voorlichters die eerder op die school geweest zijn. Maak ook gebruik van je eigen ervaring met vergelijkbare klassen op andere scholen. Grof gezegd valt een klas uiteen in de volgende 3 groepen leerlingen:

 

Doel:

Bedenk wat je doelen zijn voor de betreffende klas. Dit kan per kias en per school verschillen, maar meestal komen de volgende doelen naar voren:

 

Voorbereiding:

Voor aanvang van de les dienen enkele zaken geregeld te zijn. Dit zijn onder meer:

 

De les zelf:

De leerlingen zijn de klas nu binnengekomen, zitten op hun plek en de voorlichting begint. Een

standaard lesopzet zoals die veel gebruikt wordt, ziet er als volgt uit:

 

Evaluatie:

Na de les dienen enkele zaken even langsgelopen te worden:

 

DE INLEIDING

 

Informatie die je altijd geeft in je inleiding:

 

Facultatief, naar eigen inzicht kun je nog melden:

 

Tips:

 

OPENINGSVORMEN VOOR COC-VOORLICHTINGEN

 

Onder openingsvormen worden verstaan al die lesvormen die gebruikt kunnen worden om een voorlichting te starten, nadat de voorlichters zich voorgesteld hebben en er eventueel iets over het COC verteld is. Een openingsvorm kan een verhaal, een vragenrondje, een spel of een andere activiteit zijn.

 

Een openingsvorm is letterlijk bedoeld om de voorlichting te openen, dit houdt in:

·         in letterlijke zin: het gesprek starten,

·         in figuurlijke zin het gesprek starten: inventariseren wat er zoal leeft in de groep, m.a.w. wat je gesprekstof is. Zijn er bijvoorbeeld vragen of vooroordelen en wat is de houding van de groepsleden en hoe is de sfeer binnen de groep?

 

Op de volgende pagina’s volgt een opsomming van allerlei mogelijke openingsvonnen. Telkens wordt heel kort iets aangegeven over het doel, de methode en de groep waarvoor de vorm geschikt is. De beschrijvingen dienen slechts om je op een idee te brengen. Ontwikkel je favoriete openingsvorm met je eigen groep verder en probeer deze uit binnen de groep voordat je er de klas mee ingaat. Succes!

 

HET ROLLENSPEL

 

Doel:

 

Behalve gespreksstof kan een rollenspel dus ook een emotionele geladenheid opleveren bij de spelers, maar ook bij de rest van de klas. Daarom moeten er bepaalde eisen gesteld worden aan de spelsituatie en aan de spelbegeleiding.

 

Over de spelsituatie:

De spelsituatie moet voor alle spelers veilig zijn, zodat ze iets van zichzelf durven te geven. Als die veiligheid er inderdaad is, zullen er zich zeker spelers aanmelden. Gebeurt dit niet, dan moet er niet ‘gepushed’ worden; er is een verschil tussen mensen over een drempel helpen en mensen over hun grenzen trekken. Dat laatste is een slecht uitgangspunt voor het spel. Gezien het tweede genoemde doel (het zelf ervaren) kan het erg functioneel zijn een leerling(e) de rol te laten spelen van de homo. Dit echter alleen als iemand zich er zelf voor aanmeldt. Als iemand door de klas naar voren wordt geschoven voor deze rol, kan dit voor die persoon erg bedreigend zijn. Op zo’n suggestie van de klas moet dus zeker niet worden ingegaan.

 

Over de spelbegeleiding:

Hiertoe horen een aantal taken: de introductie van het spel, de instructie voor het spel, de spelleiding en de nabespreking van het spel.

 

1. De introductie:

2. Instructie voor het spel:

 

 

3. De spelleiding

·         Volg het spel alert, zodat je in kunt grijpen zodra het ‘uit de hand loopt’.

·         Geef tijdig aan wanneer je wilt, dat het spel ten einde gaat lopen. Dat is het geval als er voldoende zaken aan bod zijn gekomen om in een discussie op voort te kunnen bouwen. Laat het spel niet meer dan 10 (bij een lesuur van 50 minuten) of 15 (bij een lesuur van 100 minuten) minuten duren. Kondig het aflopen van het spel aan in een spreekpauze van de spelers.

·         Help de spelers weer uit hun rol te komen door hen - voor ze naar hun zitplaatsen teruggaan - om een eerste reactie te vragen: Hoe vonden ze het om mee te spelen, wat vonden ze van de loop van het spel?

 

4. De nabespreking

·         Vraag de klas om eerste reacties op het spel: Was het een realistische situatie, waren het realistische reacties? Ook hier is het belangrijk eerst de spelers zelf hierover te laten praten.

·         In het gesprek dat hierna volgt, moet verder gepraat worden over de situatie van homosexuele leerlingen op deze school en de reacties daarop van leerlingen, docenten en de schoolleiding. Ook kan ingaan worden op de houding van ouders t.a.v. homosexualiteit. Het gesprek kan op verschillende manieren worden gestructureerd:

o        De voorlichters stellen zelf vragen die ze van te voren hebben opgesteld over de situatie op school.

o        De voorlichters stellen zelf vragen, waarbij ze spontaan ingaan op punten, die ze uit het rollenspel hebben gehaald.

o        De voorlichters wachten de vragen van de klas af, al of niet n.a.v. het rollenspel.

 

Als voorbeeld voor een rollenspel zouden de hierna besproken cases kunnen worden gebruikt.

CASES

Cases zijn situaties rond een zo concreet mogelijk probleem. Ze kunnen in een groep gebruikt worden door naar mogelijke oplossingen van het probleem te vragen. Hierdoor komt de discussie op gang. Gedurende een voorlichting kunnen zo meerdere cases gebruikt worden. Dit kan klassikaal, maar bij groepen die gewend zijn zelfstandig te werken, kunnen er ook kleinere sub-groepjes gevormd worden waarin de leerlingen onderling met een case aan de slag gaan. Cases kunnen ook uitgebreider beschreven worden en dan gebruikt worden voor een rollenspel (zie ook ‘het Rollenspel’).

 

  1. Je bent personeelsfunctionaris bij V&D. Er komt een jongen voor de muziek afdeling solliciteren. Hij heeft geblondeerd haar, een Ricky Martin T-shirt aan en je meent zelfs wat oogschaduw te kunnen ontdekken. Hij is een ervaren kracht. Neem je hem aan?

 

  1. Je hebt een goede vriend(in), waarmee je altijd huiswerk maakt. Op een avond vlot het niet zo. ‘Wat is er?’ vraag je. Hij/zij zegt dat er iets is wat hij/zij niet durft te vertellen. Na enig aandringen komt de aap uit de mouw. Hij/zij gelooft dat hij/zij homo/lesbisch is. Wat is het eerste wat je zegt? Hoe wordt de relatie tussen jullie in de toekomst?

 

  1. Je dochter komt thuis met het verhaal dat de nieuwe lerares lesbisch is. Hoe reageer je? Even later belt de moeder van haar vriendin op met de opmerking dat de nieuwe docente een gevaar is voor de jeugd en dat homosexualiteit een gruwel Gods is. Hoe reageer je op dit telefoontje?

 

  1. Je zit in de gemeenteraad waar over een nieuwe burgemeester wordt gesproken. Een van de kandidaten is lesbisch. Jij moet als eerst, onvoorbereid, hierover het woord voeren. Wat ga je zeggen?

 

  1. Je docente Frans gaat met zwangerschapsverlof. De vervangster is duidelijk lesbisch. Twee meisjes doen daar erg opgewonden over en menen voortdurend door haar aangekeken te worden. Zij willen daarover klagen bij de conrector en vragen jou, als klassenvertegenwoordiger/ster om mee te gaan. Wat is jouw standpunt?

 

  1. Er is een nieuwe leerling, die ook op de klassenavond is uitgenodigd bij jou thuis. ledereen komt met partner. De nieuwe leerling, een jongen, belt aan en staat met een vriend voor de deur. Iedereen is al in de kamer. Je laat de jongens binnen en iemand roept, met ‘slap-handje’ gebaar: ‘Zeg, heb jij je broer meegenomen?’. Wat doe je in dit geval?

 

  1. Je ziet het volgende in de winkelstraat: twee vriendinnen lopen gearmd en zoenen elkaar innig. Een paar jongens en meisjes begint te schelden en een van de lesbische meisjes krijgt een schop. Hoe reageer je en hoe zou je willen reageren? (Vraag hierbij door wat je zou doen als het je buurmeisje of je eigen zusje zou zijn.)

 

  1. Een meisje woont op een bij jou gehuurde kamer aan de straatkant. Op een middag zie je dat voor haar raam een Gay-Games-poster hangt. Vind je dat een goed idee van je huurster?

 

  1. Je zit op een sportclub. Via praatjes weet je dat de keuringsarts homo is. Je moet worden gekeurd. Wat denk je, als je van hetzelfde geslacht bent als de arts en wat denk je als dat juist niet het geval is? Je huisarts mag je ook keuren. Waar kies je voor?

 

  1. Je verhuurt je bovenetage. Twee jongens met de krant, vers van de pers, in de hand staan voor je deur. Een komt zeer verwijfd over, is opvallend gekleed en heeft een geaffecteerde stem. De ander is juist heel anders, heel ‘gewoon’. Verhuur je je kamers aan deze jongens? Zo ja, hoe ga je dan met je huurders om? Zo nee, wat zijn jouw ideale huurders?

 

  1. Naast jullie komen twee vrouwen wonen. Op straat maak je even kennis. Een van de vrouwen heeft twee kinderen uit een stukgelopen huwelijk. Wat vind je van zo’n situatie in verband met de opvoeding van de kinderen? En wat als het twee mannen betrof?

 

  1. Je hebt problemen thuis, op school en met je vriend/in. Je wil hierover praten met een psycholoog of zoiets. Kan dat als hij/zij homo is? Waarover kan je wel en waarover niet praten?


HET ENVELOPPENSPEL

Doel:

·        het zich inleven in de positie van homosexuelen

·        duidelijk maken hoe weinig de meesten van homosexualiteit afweten

 

Methode:

De voorlichters geven van tevoren duidelijk aan, dat het een spel betreft; zij (de voorlichters) spelen de onwetende, nieuwsgierige hetero’s en de leerlingen spelen de alwetende homo’s. Het spel bestaat uit kaartjes, waarop vragen staan, die vaak aan homo’s gesteld worden. Elk kaartje zit in een gesloten envelop. Elke leerling krijgt 1 envelop, die (nog) niet geopend mag worden. Nummer 1 opent zijn/haar envelop en stelt de vraag aan nummer 2, (de buurman of buurvrouw). Deze beantwoordt de vraag in de ik-vorm (alsof hij/zij homo/lesbisch is). Daarna wordt envelop 2 geopend en de vraag aan nr. 3 gesteld, enz. Als iemand de vraag niet kan of wil beantwoorden, dan beantwoordt een andere klasgenoot de vraag. De voorlichters vragen alleen verduidelijking en informatie n.a.v. de antwoorden die door de leerlingen gegeven worden. Het spel stopt wanneer de voorlichters dat willen; in ieder geval zeker 20 minuten voor het eind van de voorlichting. De voorlichters maken duidelijk, dat zij nu weer de homo’s zijn en de groep weer zichzelf. Gelegenheid tot vragen stellen en afronding. Het dient aan te bevelen de enveloppen te nummeren en de kaartjes op bepaalde volgorde in de enveloppen te doen; zo krijg je een logische volgorde van vragen en deze kunnen dan ook aangepast worden aan het niveau van de leerlingen.

 

Doelgroepen:

·        Schijntolerante of erg passieve groepen.

 

Voorbeelden van vragen:

·        Hoe weet je dat je homosexueel/lesbisch bent?

·        Hoe ben je er achter gekomen?

·        Vond je het erg of juist leuk?

·        Hoe reageerden je ouders?

·        Hoe komt het eigenlijk, door opvoeding?

·        Is het erfelijk?

·        Wat willen bisexuelen nou eigenlijk?

·        Hebben jullie andere hormonen?

·        Kan het weer overgaan?

·        Waarom noemen jullie jezelf potten en flikkers, dat zijn toch scheldwoorden?

·        Wat betekent die roze driehoek? Waarom draag je die?

·        Ben je wel eens verliefd geweest op iemand van het andere geslacht?

·        Ben je wel eens verliefd geweest op iemand die niet homo/lesbisch was?

·        Hoe komt het dat er nu opeens veel meer homo’s zijn dan vroeger?

·        Waarom zijn sommige homo’s getrouwd?

·        Kun je het ook op latere leeftijd worden?

·        Zouden jullie ook met elkaar willen trouwen?

·        Spreken jullie af wie het mannetje en wie het vrouwtje is?

·        Waarom is de ene homo verwijfd en de ander niet?

·        Verpesten die verwijfde homo’s het niet voor jullie?

·        Hoe herkennen jullie elkaar?

·        Als er echt zoveel homo’s zijn, waarom ken ik er dan zo weinig?

·        Komen jullie ook in ‘gewone’ disco’s en bars?

·        Wat doe je dan als je versierd wordt?

·        Zijn pedofielen ook homo’s? En travestieten? En transsexuelen?

·        Wat zun potenrammers? Waarom doen ze dat eigenlijk?

·        Waarom slaan homo’s nooit terug? Zijn ze slapper dan hetero’s?

·        Waarom lopen er zoveel potten mee in abortus-demonstraties?

·        Waarom hebben homo’s altijd zulke korte relaties?

·        Wat is AIDS?

·        Is een homosexuele leraar niet gevaarlijk voor de jongens in de klas?

·        Worden jullie gediscrimineerd?

·        Heb je dat zelf wel eens meegemaakt?

·        Waarom ontmoeten jullie altijd in parken en zo?

·        Vertel je het gewoon aan iedereen?


HET VRAGENRONDJE

Doel:

·        kort inventariseren in hoeverre men bekend is met homosexualiteit

·        iedereen even kort aan het woord laten komen

 

Methode:

Maak een rondje met de vraag: ‘hoe heet je, ken je homo’s in je eigen omgeving (buren, familie enz.) en heb je speciale vragen?’ De voorlichters komen terug op vragen en vragen verdere informatie als leden van de groep inderdaad homo’s kennen: ‘Hoe weet je dat, wat vind je ervan?’ Geschikt voor alle groepen. Het vragenrondje duurt ongeveer 10 minuten.

 

HET PERSOONLIJK VERHAAL

 

Doel:

·        de voorlichters presenteren als ‘mens van vlees en bloed’

·        groep herkenning bieden

 

Methode:

De voorlichters vertellen elk iets over hun leven: hoe en wanneer kwam je erachter dat je homo/bi bent; hoe reageerde je omgeving; hoe heb je nu je leven ingericht; enz. Afhankelijk van de groep kan er in het persoonlijk verhaal gevarieerd worden door onderdelen te benadrukken of juist weg te laten. Het persoonlijk verhaal wordt in ca. 5 minuten verteld. Deze werkvorm is geschikt voor alle groepen, mits serieus en niet erg agressief. Let op: bij groepen die niet gewend zijn over persoonlijke dingen te spreken, zoals bijvoorbeeld veel allochtone groepen, kan deze methode weerstand oproepen!

HET KRANTENBERICHT

Doel:

·        houding ten opzichte van homosexualiteit peilen

·        homosexualiteit als actueel thema onder de aandacht brengen

 

Methode:

Voorlichters nemen een recent krantenartikel mee en delen dit uit. Vervolgens krijgen de leerlingen tijd het artikel te lezen en er voor zichzelf even over na te denken. Hierna leiden de voorlichters de discussie. Onderwerpen die in de krant staan en geschikt zijn, zijn bijvoorbeeld openstelling van het burgerlijk huwelijk, Gay Games, discriminatie/pesten van homo’s op werk of scholen, maar ook een wetswijziging, kamervragen, demonstraties, etc etc. Centraal is de vraag: ‘Wat vind je van hetgeen er in de krant staat?’ Als variatie kun je ook een film, reclamespotje of uitzending van het journaal meenemen en laten zien. Deze methode is vooral geschikt voor luidruchtige groepen die het bestaan van homosexualiteit ontkennen als iets actueels waarover gesproken moet worden.

 

DE VIDEO: BURGER-INN

 

Doel:

·        de voorlichters presenteren als ‘mens van vlees en bloed’

·        groep herkenning bieden

·        homosexualiteit als actueel thema onder de aandacht brengen

 

Methode:

Er wordt een video vertoond met een homosexueel thema, bijvoorbeeld een videofilm over het plaatselijke COC, of de video Burger-Inn, die speciaal voor het gebruik bij voorlichtingen in multiculturele klassen is gemaakt. Zorg dat de video niet langer duurt dan ca. 15-20 minuten, anders blijft er te weinig tijd over voor nabespreken en vragen beantwoorden. De video vormt een inleiding die aanknopingspunten geeft om met de groep over door te praten. Bij Burger-Inn bijvoorbeeld over discriminatie, groepsdruk, relaties en vriendschap.

 

SCHELDWOORDEN

 

Doel:

·        stoom afblazen door de groep en wennen aan de voorlichters

·        door agressie heen prikken

·        vermijden van afstandelijke houding naar de voorlichters toe

 

Methode:

Alle bekende scheldwoorden worden net zo lang door de klas geschreeuwd tot ze alle op het bord gezet zijn door de voorlichters. De voorlichter start daarna met de vraag: ‘Hoe komt het dat al deze scholdwoorden er zijn?’ en ‘Waarom zijn er zo weinig scheldwoorden voor vrouwen?’ Daarna wordt ingegaan op de vraag waarom er gescholden, gepest en gediscrimineerd wordt en wat je daaraan kunt doen. Deze werkvorm is met name geschikt voor luidruchtige groepen waar homosoxualiteit een beladen onderwerp is.

 

HET ASSOCIATIESPEL

 

Doel:

·        kort inventariseren wat de houding is ten aanzien van homosexualiteit

·        pijlen van het kennis niveau over homosexualiteit

·        iedereen even kort aan het woord laton komen

 

Methode:

De voorlichters schrijven met grote letters ‘HOMOSEXUALIEIT’ op het bord. Vervolgens mondeling een rondje waarbij iedereen aangeeft waaraan hij of zij denkt bij het woord homosexualiteit. Dit mogen ideeën of oordelen zijn, maar ook vragen. De reacties worden op het bord geschreven en daarbij geordend zodat er groepen van verwante reacties ontstaan. Het vragenrondje kan ook schriftelijk, in dat geval worden de reactios opgelezen door de ene voorlichter en schrijft de andere ze op het bord. Let op: meld duidelijk dat er geen namen van menson op school genoemd worden, aangezien je ‘outen’ van medeleerlingen wilt voorkomen. Je kunt zeggon dat je geen namen wilt horen, omdat je zelf niemand hier op school kent. Na het inventariseren worden de reacties klassikaal besproken. Deze methode is geschikt voor alle groepen, behalve groepon die het moeilijk vindon om over hun eigen persoonlijke mening to praten (veelal bij allochtone groepen en groepen uit streng-Christelijke milieus). Het associatiospel duurt, exclusief het bespreken, 5-10 minuten. Goed bordgebruik is bij deze werkvorm erg belangrijk om structuur aan te kunnen brengen in alle reacties. Oefenen is belangrijk om handigheid te krijgen in het snel uitvoeren van deze werkvorm.

DE STARTERSMAP

Omgaan met veel informatie

In de praktijk blijkt dat veel startende voorlichters niet goed raad weten met alle informatie die ze over zich heen krijgen. Ineens blijken er zoveel onderwerpen te zijn waar je als voorlichter eigenlijk nog meer van af zou moet weten om beter antwoord te kunnen geven op vragen. Alleen al het enorme aantal instanties en organisaties die iets met homosexualiteit te maken hebben, is vaak niet in één keer te onthouden. Wij geven geen training over homosexualiteit, maar over voorlichting geven. Kennis over homosexualiteit doe je niet alleen op in een trainingsweekeind, maar krijg je door te lezen, met mensen te praten of door films en TV­programma’s te bekijken waarin homosexualiteit ter sprake komt. Er is ontzettend veel interessante informatie te vinden, maar als voorlichter hoefje lang niet alles te weten om een goede voorlichting te kunnen geven.

 

Belangrijke zaken bij de hand

Een tweede probleem is vaak om uit die berg inforrnatie snel en eenvoudig de gewenste informatie te vinden. Zeker in het begin zal het vaak nodig zijn gegevens op te zoeken. Daarnaast is het prettig als je bij een voorlichting, maar ook tijdens een vergadering ‘even snel’  het een of ander aan gegevens bij de hand hebt. Bijvoorbeeld voor die leerling die vraagt naar het telefoonnummer van de jongeren groep, of voor jezelf omdat je de inhoud van het COC­-praatje nog niet helemaal weet, maar ook om de lesbische buurvrouw die meer wil weten over geloof en homosexualiteit een folder te kunnen geven. Zo zijn er talloze momenten dat je als voorlichter informatie voor het grijpen zou moeten hebben. Een handig hulpmiddel hiervoor is de startersmap waarin veel belangrijke informatie verzameld is. De startersmap kan later eenvoudig uitgebreid worden met verslagen van trainingen en workshops zoals van deze training of die op de landelijke voorlichtingsdag. Ook krantenartikelen of folders kunnen in de map opgenomen worden. Een goed opgezette startersmap zou eigenlijk in iedere COC-afdeling aanwezig moeten zijn, zodat nieuwe voorlichters daar een kopie van kunnen maken en niet telkens zelf het wiel hoeft uit te vinden.

 

Vind je elgen systeem

ledereen werkt uiteindelijk met zijn of haar eigen systeem. Zie deze opzet voor een map dan ook als een voorbeeld van wat ons het noodzakelijke minimum lijkt en vul dit zelf later aan. In commentaar en suggesties zijn we uiteraard geïnteresseerd!

 

SUGGESTIES VOOR DE OPBOUW VAN EEN STARTERSMAP

 

Algemeen

 

Inhoud van de startersmap

De volgende onderdelen blijken voorlichters in de praktijk vaker nodig te hebben. Deze delen zouden dan ook in de startersmap opgenomen kunnen worden:

 

TRAINING VOORLICHTING COC         2 mei 2003

 

Mogelijke doelen om voorlichting te geven:

·        Homo-zijn gezicht geven

·        Veiligheid school

·        Vooroordelen bespreekbaar maken (+ wegnemen van vooroordelen)

·        Zelf een voorbeeld zijn: ‘ik ben homoseksueel en voel me veilig / OK’

·        Informatie geven, vragen die ze echt hebben beantwoorden

·        Eigen grenzen verkennen

·        Mijn verhaal vertellen

·        Ook voor die "ene" homo in de klas informatie geven

·        Discussie in groep laten ontstaan

·        Wat moet er gebeuren zodat je wel makkelijk kunt vertellen dat je homo bent.

·        Mensen laten nadenken

·        Vooroordelen van homo-leerling zelf wegnemen

·        Aangeven welke weg je als homo aflegt (ontdekken dat je homo bent).

·        Identificatiemogelijkheid bieden voor homo in klas

·        Zelfinzicht

·        Leren voor groepen te staan

·        Vooroordelen docent weghalen

·        Voor hetero's met homo-familielid

·        Open zijn

 

De inrichting van de voorlichting

 

 

 

 

Mogelijke vragen vanuit de klas:

 

Verschillende voorlichtingen:

 

VMBO (12 - 16 jaar)

 

MBO Veiligheid (grote groep; 16+)

 

HAVO/VWO

 

HBO/PABO

 

Basisschool

 

"Geloofsgroepen" + Maatwerk

DOELSTELLING VOORLICHTING DWH/OUTSITE        Versie: 25 januari 2004

Inleiding

Binnen de voorlichtingsgroep is de wens naar voren gekomen om een gezamenlijke visie te ontwikkelen op het geven van voorlichting en om een eigen vorm uit te werken. Daarbij gaan we eerst uit van de ‘traditionele’ vorm van voorlichten: twee (homo) voorlichters voor een groep. Later kunnen we een en ander vertalen naar alternatieve vormen van voorlichting.

 

In een aantal sessies worden onderwerpen als doelgroep, doelstelling, methodiek etc. bediscussieerd. In dit document zijn de uitkomsten daarvan samengevat

 

Doelgroep

Nog uit te werken.

 

Doelstelling

In de discussie over de doelstelling van ons voorlichtingswerk is een groot aantal punten naar voren gekomen. Na enig rangschikken komen we als groep uit op drie hoofddoelstelling:

 

1. Informatieverstrekking

In brede zin willen we informatieverstrekken over ‘homo-zijn’ aan zowel hetero’s als aan (in de kast zittende) homo’s:

·      contactinformatie DWH/Outsite;

·      homoseksualiteit in de samenleving in het algemeen en in de eigen omgeving in het bijzonder;

·      coming out proces (ontdekking, angst, onzekerheid);

·      diversiteit in de ‘homo-wereld’.

2. Aanzetten tot nadenken

Centraal hierbij staat het bewust maken van de eigen houding t.o.v. homoseksualiteit en het effect van die houding op homo’s:

·      bewust worden van eigen (intolerant) gedrag;

·      zich laten verplaatsen in de beleving van een homo;

·      bewust laten worden van hun bijdrage aan de sfeer en hoe zij hier een rol in spelen;

·      vooroordelen (stereotypen, mannetje/vrouwtje, vreemdgaan/open relaties, vluchtige kontakten);

·      invloed van cultuur en geloof op je eigen gedrag/standpunten;

·      thema’s (homohuwelijk, opvoeden van kinderen).

3. Zelfontplooiing

Het geven van voorlichting is een nuttige en leuke manier om je eigen vaardigheden in het werken met groepen te ontwikkelen:

·         het leiden van een groepsproces;

·         het scheppen van een sfeer;

·         coming out;

·         formuleren.

 

Methode (thema en werkwijze)

Een eerste aanzet is het draaiboek voor een voorlichting.

 

Materiaal

Besloten is om een eigen folder te ontwikkelen die aan de voor te lichten groep uitgedeeld kan worden (achtergrond informatie zoals adressen, sites, films, boeken etc.).

Nog verder uit te werken

DRAAIBOEK VOORLICHTING DWH/OUTSITE        Versie: 25 januari 2004

Dit draaiboek geeft je een leidraad voor een voorlichting van 50 minuten. Stem met je medevoorlichter van tevoren af wie welk deel voor zijn/haar rekening neemt.

 

Nodig actief uit tot het stellen van vragen. Vragen die niet passen bij het onderwerp waarmee je op dat moment bezig bent, kun je beter even ‘parkeren’ en later beantwoorden (schrijf ze op bord zodat je ze niet vergeet).

 

Schrijf voor de les begint het webadres www.homodelft.nl vast op het bord.

 

Nr.

Onderwerp

Toelichting

Duur (min)

Wie

1.      

Introductie voorlichters

Stel je kort voor (denk daarbij ook aan eventuele aspirant-voorlichters en licht hun rol toe).

5

5

Voorlichter 1

Voorlichter 2

2.      

Introductie DWH/Outsite

Vertel kort wat over deze verenigingen (doel, activiteiten, locatie etc.).

5

10

Voorlichter 1

3.      

Associatiespel

Zie hand-outs landelijke training COC.

15

25

Klas o.l.v. voorlichter 2

4.      

Eigen verhaal – coming out

Bijvoorbeeld:

·   Hoe ontdekte jezelf dat je homo bent.

·   Hoe vond je het om dat anderen te vertellen (angst/onzekerheid)?

·   Hoe en wie heb je het (het eerst) verteld?

·   Wat waren de reacties? Viel het je mee of tegen.

·    Als je terugkijkt, had je het dan anders gedaan?

5

30

Voorlichter 1

5.      

Tent-case

Stel je dat je met je vriend(in) op vakantie gaat. Wat doe je als hij/zij je vertelt/vraagt:

·   Ik twijfel of ik homo ben;

·   Ik ben homo;

·   Ik ben verliefd op jou;

·   Ga je mee naar de disco?

5

35

Klas o.l.v. voorlichter 1

6.      

Eigen verhaal - nu

Hoe geef je je homo-zijn op dit moment vorm. Bijvoorbeeld school/studie, werk, relaties, uitgaan etc. Wellicht kun je thema’s uit het associatiespel in je verhaal verwerken.

5

40

Voorlichter 2

7.      

Associatiespel (vervolg) en vragen beantwoorden

Kijk of er nog een thema uit het associatiespel (kort) belicht moet worden.

 

Gebruik de resterende tijd om vragen uit de klas te beantwoorden.

10

50

Voorlichter 1 (thema associatiespel)

Voorlichter 1 en 2 (beantwoorden vragen)

8.      

Afsluiting

Dank voor jullie aandacht. We hopen dat je het leuk vond en er iets aan hebt.

 

 

Voorlichter 1